Fragile

online expo > FRAGIEL: handle with care

Keramiek van Karel Kurstjens “Klei is iets heerlijks”

Keramist Karel Kurstjens (1923-2005) stamt uit een oud geslacht van kleibewerkers en pottenbakkers. Aan het einde van zijn loopbaan in het bedrijfsleven, omstreeks 1982, nam hij het ambacht van zijn voorvaderen ter hand: hij kocht een draaischijf, een oven en gereedschap en werd keramist. Kurstjens was, in de ware zins des woords, een autodidact. Door eindeloos te blijven draaien, veel te lezen en via gesprekken met mensen uit het pottenbakkersambacht breidde hij zijn kennis gestaag uit, hetgeen resulteerde in een mooi oeuvre van fragiele schoonheid. Het vak heeft hij met vallen en opstaan moeten leren. “Aanhangwagens vol scherven en emmers vol verprutste glazuur zijn bij mij afgevoerd”, schreef hij. Zelfs als volleerd ambachtsman, had hij altijd nog zo’n 30 tot 50 procent uitval. Voor een deel letterlijk misbaksels en voor een deel omdat het eindresultaat niet aan zijn standaard voldeed.

Kurstjens maakte uitsluitend met de hand gedraaide unica, die vaak een klassieke en traditionele vorm hebben. “De Romeinen hadden al een pottenbakkersindustrie in Tegelen, waar ik geboren ben. Mijn overgrootvader was pottenbakker, mijn grootvader had een dakpannenfabriek met een veldoven. Dan kan ik toch niet van die gekke experimentele dingen in klei maken. Ik voel me verbonden met die traditie, de klassieke vorm.” 
Het experiment zat voor hem niet zozeer in de draaitechniek of vaasvorm, maar in de toegepaste glazuren. De vorm diende feitelijk vooral als drager van het glazuur. Maar liefst vier jaar lang werkte hij aan de ontwikkeling van zijn kristalglazuren. Een type glazuur dat spectaculair en fascinerend is om te zien, maar ook heel lastig te maken. En vervolgens drie jaar lang aan zijn sang-de-boeuf, het befaamde ossenbloedglazuur.

 Karel Kurstjens in zijn werkplaats    Karel Kurstjens kermist

In de loop van 2006 ontstond bij Kurstjens het plan om zijn eigen kerncollectie – bestaande uit 47 keramische objecten – onder te brengen bij Museum W. Vijftig jaar lang woonde en werkte hij in Weert en gedurende die tijd had hij een band met de stad opgebouwd. Het museum heeft deze schenking dankbaar aanvaard. In de nieuwe collectieopstelling zullen regelmatig exemplaren te zien zijn in de ‘Schatkamer’.

Hieronder worden 12 kleine vazen uit deze deelcollectie uitgelicht. Opvallend is dat ze, ondanks de misschien klassieke vorm, allemaal een ragdunne hals hebben. Meteen wordt duidelijk dat Kurstjens geen gebruiksgoed wilde maken, als vaas zijn ze immers onbruikbaar. Steeds was hij op zoek naar de meest perfecte vorm, verfijning en subtiliteit en zo ontstonden kleine, autonome objecten die hij zelf het liefste onder kunstnijverheid schaarde.
Bij verschillende vazen is informatie opgenomen over het gebruikte glazuur. 


Karel Kurstjens 10190 en 10191


Karel Kurstjens 10178


Karel Kurstjens 10198


Karel Kurstjens 10207


Karel Kurstjens 10208


Karel Kurstjens 10209


Karel Kurstjens 10206


Karel Kurstjens 10204


Karel Kurstjens 10225


Karel Kurstjens 10179


Karel Kurstjens 10214


Karel Kurstjens 10221